Zo kies je het juiste voer voor de vogels in je tuin
Blijft er veel voer onder het voederhuisje liggen of wil je juist meer verschillende vogelsoorten naar je tuin trekken? Dan helpt het om beter te kijken naar wat je aanbiedt. Niet iedere tuinvogel eet namelijk hetzelfde en de samenstelling van het voer bepaalt voor een groot deel welke soorten erop afkomen.
In deze categorie vind je verschillende soorten tuinvogelvoer, zoals strooivoer, zonnebloempitten, pinda's, gemengde zaden, meelwormen en speciale mengsels voor bepaalde vogelsoorten.
Door verschillende soorten voer aan te bieden, vergroot je de kans dat zowel zaadeters als vogels die liever zachter voer eten je tuin weten te vinden.
Kies voer dat past bij de vogelsoorten die je wilt aantrekken
Zonnebloempitten zijn een veelzijdige keuze en worden door veel zaadetende vogels gegeten. Gepelde pitten of zwarte zonnebloempitten met een dunne schil zorgen bovendien voor minder resten onder de voederplek.
Pinda's trekken onder andere mezen, spechten en boomklevers aan. Kleinere zaden zoals gierst en negerzaad passen juist goed bij vinken, mussen en putters.
Merels, lijsters en roodborsten hebben weer andere voorkeuren. Zij eten graag zachtere voeding, zoals rozijnen, stukjes appel en meelwormen.
Let op de samenstelling en vermijd veel ongegeten resten
Niet elk zaadmengsel wordt even goed opgegeten. Mengsels met veel tarwe of gebroken mais kunnen voor veel tuinvogels minder aantrekkelijk zijn, waardoor er relatief veel voer op de grond blijft liggen.
Dat zorgt niet alleen voor verspilling, maar kan ook ongewenste dieren aantrekken. Een mengsel met een groter aandeel zonnebloempitten en kleine zaden is vaak duurder per kilo, maar wordt doorgaans beter benut.
Kijk daarom niet alleen naar de prijs van de zak, maar ook naar hoeveel van het voer daadwerkelijk wordt opgegeten.
Pas het voer in het broedseizoen aan
In het voorjaar is het slim om extra op de grootte van het voer te letten. Hele pinda's en andere grote harde stukken zijn minder geschikt wanneer volwassen vogels jongen voeren.
Gebruik in die periode bijvoorbeeld een pindanet of silo waar alleen kleine stukjes uit kunnen worden gehaald. Je kunt ook overstappen op kleinere zaden en meelwormen.
Zo blijft de voederplek geschikt voor volwassen vogels én verklein je de kans dat jonge vogels te grote stukken binnenkrijgen.
Bekijk de verschillende soorten tuinvogelvoer en stel een mix samen die past bij de vogels die je graag in je tuin wilt zien.